Kennis van doelen en leerlijn spelling

De leerkrachten hebben kennis over belangrijke landelijke doelen:

  • Kerndoelen. Het gaat bij de kerndoelen om een aanbodsverplichting; de doelen geven richting aan inhoud van taalonderwijs. Kerndoel 11 (taalbeschouwing) gaat over spelling: 'De leerlingen leren een aantal taalkundige principes en regels. Zij kunnen in een zin het onderwerp, het werkwoordelijke gezegde en delen van dat gezegde onderscheiden. De leerlingen kennen (i) regels voor het spellen van werkwoorden, (ii) regels voor het spellen van andere woorden dan werkwoorden (iii) regels voor het gebruik van leesteken'.
  • Referentieniveaus. De Commissie Meijerink heeft referentieniveaus gedefinieerd voor wat leerlingen op 12-, 16- en 18-jarige leeftijd zouden moeten kennen en kunnen op het gebied van taal en rekenen-wiskunde. Hierin is onder andere een vrij gedetailleerd overzicht opgenomen over beheersing van de spellingsregels. Zie Referentieniveaus spelling.
  • Tussendoelen. Daarnaast zijn er bijvoorbeeld de tussendoelen spelling en interpunctie van het Expertisecentrum Nederlands, zie Leerlijnen taal.
  • Minimale doelen. Op schoolniveau kan eventueel, als de schoolpopulatie daar aanleiding toe geeft, worden bepaald wat minimale spelvaardigheden (op het niveau van redzaamheid voor alle leerlingen) zijn, die de leerlingen moeten beheersen. Maak hiervoor een beargumenteerde keuze uit bovenstaande doelen. 

De leerkrachten hebben kennis over het taalleerproces:

Het is van belang dat leerkrachten kennis hebben over de processen die bij spellen een rol spelen. Zo kunnen ze leerlingen beter helpen bij het aanleren van spellen en spellingstrategieën. De Inspectie van het Onderwijs (2009) benoemt het belang van de kennis over spellingsstrategieën voor leerkrachten, maar vraagt zich af of het kennisniveau momenteel voldoende aanwezig is. Wellicht overbodig om te vermelden dat leerkrachten het spellen zelf goed moeten beheersen en zich bewust zijn van hun eigen spelgedrag.