1E. Doelen formuleren
Om opbrengstgericht te kunnen werken is het noodzakelijk vast te stellen wat er in elk leerjaar aan opbrengsten wordt nagestreefd. Er kan onderscheid worden gemaakt tussen leerstofgerichte (welke stof of spellingcategorieën moeten de leerlingen beheersen?) en normgerichte doelen (welke scores worden op de toetsen nagestreefd?).

Acties

  1. De projectgroep stelt uitgangspunten en een format voor doelen op. Er wordt rekening gehouden met verschillen tussen (subgroepen) leerlingen. Zie Voorbeeld doelen.
  2. De uitgangspunten en het format worden vastgesteld in het team.
  3. De leraren formuleren op basis van het format doelen per leerjaar.
  4. De doelen worden in het team vastgesteld.

Voorwaarden en reflectie

  • Leraren zijn zich bewust van het belang van hoge verwachtingen voor alle leerlingen.
  • Leraren hebben voldoende kennis van de leerlijn spelling om realistische doelen te kunnen stellen. Zie Kennis van doelen en leerlijn.
  • Leraren zijn in staat om doelen SMART te formuleren, dat wil zeggen: specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden.
  • Bij het opstellen van doelen vormen de spellingresultaten van de school (zie stap 1D) de kenmerken van de populatie van de school (zie 1C: Schoolpopulatie en spelling) en de referentieniveaus spelling belangrijke referentiepunten. Zie Referentieniveaus spelling.