Doelen en standaarden
Het bepalen en uitwerken van doelen en standaarden is een belangrijke stap bij het opbrengstgericht werken. De evaluatieve cyclus start idealiter met het vastleggen van de doelen en de daarbij te hanteren standaarden.

Het gaat in deze fase om twee centrale vragen:

  1. Wat zijn de doelen die men wil bereiken bij leerlingen?
  2. Welke standaard of standaarden worden geformuleerd om te bepalen of de doelen zijn bereikt?

Bij doelen kan onderscheid gemaakt worden tussen doelen in termen van onderwijsaanbod en doelen in termen van beheersing door leerlingen. Bij het opbrengstgericht werken gaat het met name om beheersingsdoelen.

Een standaard geeft het niveau aan dat men bij leerlingen wil bereiken. Met een leerstofgerichte standaard is het mogelijk te beoordelen in hoeverre de leerling de leerstof beheerst. Een normgerichte standaard maakt het mogelijk het beheersingsniveau van de leerling te relateren aan het niveau van leeftijdgenoten. Hoewel dus een standaard geformuleerd kan zijn als doel, is het iets wezenlijks anders omdat een standaard uitgaat van een bepaalde norm die men met elkaar nastreeft. Op een lager niveau worden vervolgens (operationele) doelen geformuleerd die bijdragen aan het bereiken van die standaard. Zowel een standaard als de doelen die moeten leiden tot die standaard kunnen of gericht zijn op het aanbod van de leerstof (zoals de kerndoelen) of op beheersing van de leerling (referentieniveaus).

Recentelijk zijn er referentieniveaus geformuleerd voor taal en rekenen. 
Zie: www.taalenrekenen.nl. Dit zijn landelijke ijkmomenten bij de overgangen/drempels naar de volgende stap in de schoolcarrière van leerlingen. Het fundamenteel (referentie)niveau geeft aan wat leerlingen minimaal zouden moeten kennen en kunnen, daarnaast is er voor (groepen) leerlingen die een hogere opbrengst kunnen behalen een streefniveau geformuleerd.

Aandachtspunten

  • Besteed aandacht aan doelen en standaarden; ze zijn het uitgangspunt van uw onderwijs.
  • Formuleer voor het planmatig evalueren van leerlinggegevens gerichte doelen.
  • Probeer dit (globaal) te doen voor alle leerlingen en vakgebieden, en specifieker met het oog op diagnostiek en individuele afstemming van het onderwijs. Let op de samenhang tussen de vakken en deelgebieden onderling (bijvoorbeeld spelling in de context van schrijfonderwijs).
  • Formuleer ook doelen voor de groepen 1 en 2 die aansluiten bij de ontwikkeling van de leerlingen (bijvoorbeeld een selectie uit de tussendoelen beginnende geletterdheid, die zijn geformuleerd op het niveau van groep 3, en mondelinge communicatie van het Expertisecentrum Nederland).
  • Reflecteer gericht met elkaar op de wenselijkheid en haalbaarheid van de gestelde doelen.