3C. Leerinhouden en leeractiviteiten
Bij deze stap kiest de leraar, samen met de intern begeleider, specifieke leerinhouden en leeractiviteiten voor individuele leerlingen of een subgroepje van leerlingen en voert deze uit.

Acties

  1. De leraar bepaalt tussendoelen voor een periode van zes weken tot drie maanden.
  2. De leraar bepaalt met behulp van welke inhouden (methoden/materialen) aan de doelen wordt gewerkt.
  3. De leraar kiest zo nodig remediërendende/programma's voor zwakke spellers (zie Remediërende materialen) en/of verrijkende taalactiviteiten voor goede spellers (zie Verrijkende taalactiviteiten voor goede spellers).
  4. De leraar bepaalt hoe en door wie, dat wil zeggen op basis van welke didactiek, leertijd, (verlengde) instructie en verwerkingsactiviteiten, aan de doelen wordt gewerkt.
    Zie 2D Inhoud, instructie en didactiek.
  5. De leraar legt de beslissingen vast in een handelingsplan en/of groepsplan.
  6. De leraar voert het handelingsplan of het subgroepsplan uit.
  7. Als het onderwijs niet kan worden uitgevoerd conform de afspraken, volgt overleg met de intern begeleider.
  8. Als leerlingen tussentijds beneden of boven verwachting presteren, volgt overleg met de intern begeleider.

Voorwaarden en reflectie

  • De leerkracht weet hoe belangrijk extra leer/instructie/oefentijd voor de zwakke spellers is en organiseert dit.
  • De leraar heeft kennis van remediërende programma's en materialen en speciale didactieken van spelling en kan hier mee omgaan.
  • De leraar wordt hierbij indien nodig ondersteund of geschoold.
  • De leraar legt verantwoording af over de wijze waarop hij/zij aan de doelen werkt.
  • Na vaststelling van het groepsplan spreken intern begeleider en groepsleraar af op welke momenten de voortgang wordt besproken.