3B. Doelen formuleren
In deze stap gaat het om het bepalen van individuele doelen voor leerlingen die onder de maat of juist ver boven de maat presteren. Het gaat om leerlingen voor wie de doelen die per leerjaar zijn omschreven (stap 1E) niet haalbaar zijn of om leerlingen die meer aankunnen.

Acties

  • De leraar bepaalt, in overleg met de intern begeleider, wat een reële vaardigheidsscore op de volgende Citotoets is om na te streven.
  • De leraar bepaalt voor zwak presterende leerlingen, in overleg met de intern begeleider, een selectie van spellingcategorieën waarvoor beheersing wordt nagestreefd. De school kan hierbij bijvoorbeeld gebruik maken van de leerlijn spelling van het CED. Zie Leerlijn Spelling CED 
  • De leraar bepaalt, in overleg met de intern begeleider, welke aanvullende doelen worden gesteld voor zeer goed presterende leerlingen.
  • De leraar bepaalt, in overleg met de intern begeleider, welke doelen worden gesteld ten aanzien van prestaties bij de methodegebonden toetsen.
  • De leraar bepaalt, in overleg met de intern begeleider, welke doelen worden gesteld ten aanzien van spelling in andere schriftelijke uitingen.

Voorwaarden en reflectie

  • De leraar heeft kennis van de leerlijn spelling. Zie 1E Kennis van doelen en leerlijn spelling.
  • De leraar houdt bij het bepalen van doelen rekening met het functioneren van de leerling in zijn totaliteit (bijvoorbeeld invloed van (talige) thuissituatie, zelfbeeld en faalangst).
  • In principe moeten alle leerlingen aan het einde van de basisschool alle spellingcate-gorieën beheersen. Het onderwijsaanbod in spelling ligt daarmee vast. Alleen voor leerlingen met (specifieke) taalproblemen of (ernstige) dyslexie kan daarvan worden afgeweken. Voor deze leerlingen gaat het om verantwoorde keuzes van doelen en aanbod, en het inzetten van (digitale) hulpmiddelen. Voor goede spellers kan bij extra doelen vooral aan ruimere toepassingscontexten worden gedacht. Zie Hulpmiddelen voor leerlingen met dyslexie.