Zorgsignalen
Sommige leerlingen hebben problemen met het leren spellen. Het mondelinge taalverwervingsproces is al grotendeels voltooid, maar nu moet het systeem van geschreven taal geïntegreerd worden in het systeem van gesproken taal. Niet alleen wordt uit deze beschrijving duidelijk dat spellen gaat over zowel gesproken als geschreven taal, maar ook geeft het een indicatie waarom sommige kinderen veel moeite hebben met spellen.

Het integreren van het systeem van geschreven taal in een al bestaand systeem van gesproken taal is ingewikkeld, zeker omdat er geen een-op-een relatie is tussen taalklanken en taaltekens. Als spellen niet geautomatiseerd verloopt, zal een kind moeite blijven houden met spellen. Dit betekent oefenen met deze leerlingen om het fonemisch bewustzijn (verder) te ontwikkelen. Bij (ernstige) dyslectische leerlingen blijft dit bewustzijn vaak onderontwikkeld. Het blijkt zelfs dat ook als dyslectici met compenserende strategieën leren lezen en spellen, hun hersenen toch op een andere manier taal blijven verwerken dan niet-dyslectici. Voor sommige leerlingen heeft herhaald oefenen weinig effect. De school kan dan, in overleg met ouders en leerling, de keuze maken waar deze leerling wel en niet aan mee moet doen en daarnaast deze leerling hulpmiddelen geven voor spelling. De tijdwinst die dit oplevert kan geïnvesteerd worden in het aanleren van andere taalvaardigheden.
 
Er kunnen verschillende oorzaken zijn waarom kinderen moeite hebben met spellen:

  • Kinderen met dyslexie hebben moeite met het leren spellen en lezen omdat er sprake is van een probleem met de fonologische verwerking. Het coderen of decoderen van fonologie (klanken omzetten in schrift (spellen/schrijven) of schrift omzetten in klank (lezen)) verloopt moeizaam. Bij sommige kinderen uit  zich dit in problemen met het lezen en bij andere kinderen bij het spellen, of soms in beide vaardigheden. Dyslectici hebben vaak ook moeite met het onthouden van bijvoorbeeld rijtjes, omdat fonologische verwerking ook daarbij een rol speelt. Er gaat dus iets mis in een meer basaal proces dan in eerste instantie lijkt.
  • Kinderen met een andere moedertaal of dialect dan het standaard Nederlands kunnen ook moeite hebben met het omzetten van klanken in tekens, omdat hun moedertaal een ander klanksysteem kent. Ook het spellen van werkwoorden kan bij deze groep lastiger zijn, omdat de moedertaal of het dialect andere grammaticale regels kan hebben.
  • Voor alle kinderen kan de verandering van klanken in een bepaalde context het spellen lastig maken (bijvoorbeeld beer klinkt als bir). Verder hebben veel leerlingen moeite met het correct spellen van werkwoorden. Sommige woorden klinken hetzelfde en om te weten hoe je de vorm spelt, heb je grammaticale kennis nodig.
  • Voor veel kinderen blijft transfer een probleem: ze hebben moeite om de aangeleerde spellingsstrategie toe te passen in een andere situatie.
  • Aspecten op een ander niveau die een rol spelen bij problemen met spellen zijn bijvoorbeeld gebrek aan motivatie en uitdaging, waardoor een kind slordig gaat spellen; of concentratie- of geheugenprobleem die het moeilijk maken de spellingsregels te onthouden.