3A. Leerlingresultaten analyseren
In deze stap gaat het om het nader analyseren en begrijpen van het leerproces van leerlingen die onder de maat of juist ver boven de maat presteren. Voor deze leerlingen zal het vaak nodig zijn om meer leerlinggegevens in de analyse te betrekken dan alleen de spellingresultaten.

Acties

  1. De leraar maakt bij de toetsen van de zwak presterende leerlingen een fouten- of categorieënanalyse.
  2. De leraar observeert de wijze waarop de leerling spelt. Zie Kijken naar het kind.
  3. De leraar laat de leerlingen (individueel) reflecteren en feedback geven op hun spellingproces. Zie Reflectie en feedback.
  4. De leraar gaat na of de noodzakelijke voorwaarden voor spelling bij leerlingen zijn gerealiseerd (zie 2A Deelvaardigheden spellen) en maakt zo nodig gebruik van diagnostische instrumenten. Zie Diagnostische instrumenten
  5. De leraar gaat na welke moeilijkheden/zorgsignalen mogelijk aan de orde zijn. Zie Zorgsignalen.
  6. De leraar bespreekt de voortgang van de leerling met de intern begeleider en met de ouders.
  7. De leraar gaat na hoe sterke spellers presteren in andere schriftelijke taaluitingen.

Voorwaarden en reflectie

  • De leraar heeft kennis van de voorwaarden voor spellen (zie 1B).
  • De leraar weet waarop hij/zij moet letten bij het observeren van het spellingproces van de leerling.
  • De leraar heeft de kennis en attitude om zich nader in achterliggende kenmerken en leerprocessen van leerlingen te verdiepen.
  • De leraar wordt zo nodig ondersteund door de intern begeleider en/of andere deskundige.