2D. Leerinhouden en leeractiviteiten kiezen
Bij deze stap kiest de leraar, eventueel met de intern begeleider, specifieke leerinhouden en leeractiviteiten per subgroep en voert deze uit. De afspraken die gemaakt zijn bij stap 1F vormen hierbij het kader.

Acties

  1. De leraar bepaalt met behulp van welke inhouden per subgroep aan de doelen wordt gewerkt. Zie Methodes en oefenprogramma's.
  2. De leraar bepaalt hoe, dat wil zeggen op basis van welke didactiek, leertijd, (verlengde) instructie, verwerkingsactiviteiten, en dergelijke, per subgroep aan de doelen wordt gewerkt. Zie Inhoud, instructie en didactiek.
  3. De leraar legt de beslissingen vast in het groepsplan.
  4. De leraar voert het groepsplan uit en bespreekt de voortgang regelmatig met de intern begeleider
  5. De intern begeleider ondersteunt de leerkracht en observeert het spellingonderwijs in de groepen an de hand van een observatie-leidraad  Zie Voorbeeld leidraad observatie.

Voorwaarden en reflectie

  • De leraar is voldoende vaardig op het gebied van differentiërend handelen en klassenmanagement.
  • De leraar heeft kennis van de leerlijn en didactiek van spelling.
  • Het team heeft afspraken gemaakt over het gebruik van de methode, de inhoud van de instructie, gebruik van visuele ondersteuning en materialen voor spelling en werkwoordspelling. Zie Werkwoordspelling.
  • Het team wordt hierbij indien nodig ondersteund of geschoold.
  • De leraar legt verantwoording af over de wijze waarop hij/zij aan de doelen werkt.