Aandachtspunten differentiëren
  • Afwisseling bij differentiëren is noodzakelijk: differentiëren vraagt om steeds aanpassen en bijstellen afhankelijk van de situatie. Leerlingen zijn nog volop in ontwikkeling, dus maak de indeling in groepen niet te statisch.
  • Houd er bij het opdelen in niveaus rekening mee dat het juist voor zwakkere leerlingen goed is als zij onderwijs in een heterogene groep ontvangen, terwijl dit voor de betere leerlingen verder geen (negatieve) gevolgen heeft. Het altijd werken in groepen van drie niveaus is dus af te raden.
  • Differentiëren kan op veel verschillende manieren. Probeer ook na te denken over een brede duiding en invulling van het begrip niveau. Denk bijvoorbeeld aan:
    • differentiatie in abstractieniveau, complexiteit en context;
    • differentiëren in methodiek (de oplossingswijze en oplossingsstrategie);
    • differentiatie naar verwerking (hoeveelheid en complexiteit van verwerkingsstof).
  • Houd bij het aanbieden van de stof rekening met de aard van de leerprocessen die optreden bij verschillende inhouden. Bepaalde inhouden en leerprocessen lenen zich beter voor bijvoorbeeld directe instructie, terwijl andere zich meer lenen voor zelfstandige verwerking of samenwerkend leren.
  • Hoe meer kennis er is over de leerling en het individuele leerproces, hoe gerichter er gedifferentieerd kan worden.