2C. Differentiƫren
Tijdens deze stap bepaalt de leraar, in overleg met de intern begeleider, wat voor elke subgroep van leerlingen de gewenste differentiatiebeslissingen zijn.

Acties

  1. De leraar deelt de leerlingen op basis van hun resultaten in in (drie) subgroepen.
  2. De leraar stelt vast voor welke individuele leerlingen specifieke maatregelen nodig zijn. Voor deze leerlingen is de leerlingcyclus aan de orde.
  3. De leraar bepaalt op basis van het analyse-actieplan welke (aanvullende) maatregelen nodig zijn om te zorgen dat de doelen worden bereikt.
  4. Er wordt regelmatig geƫvalueerd of leerlingen nog in de juiste subgroep zitten.

Voorwaarden en reflectie