2A. Groepsresultaten analyseren
In deze cyclus staat het handelen van de leraar centraal. De leraar analyseert, samen met de intern begeleider, de (toets)gegevens van de eigen groep. Het gaat daarbij om meerdere typen gegevens over spelling: toetsgegevens van het Cito-LOVS, methodegebonden toetsen en andere schrijfproducten van leerlingen.

Acties

  1. De leraar vergelijkt de resultaten van de leerlingen met de doelen die op schoolniveau zijn gesteld. Worden de doelen bereikt?
  2. De leraar maakt foutenanalyses op groepsniveau. In welke spellingcategorieën worden veel fouten gemaakt? Zijn deze categorieën in voldoende mate en op de goede wijze aan bod gekomen?
  3. Als de doelen niet worden bereikt, wat zijn dan mogelijke verklaringen op groepsniveau? Denk aan: te weinig instructie, oefening en/of leertijd of ontbrekende deelvaardigheden spellen bij leerlingen of specifieke problemen van leerlingen.
  4. De leraar vergelijkt de Cito-scores met de scores op de methodegebonden toetsen en andere schrijfproducten van de leerlingen. Wat valt op?
  5. De leraar vergelijkt de Cito-scores met de scores van een half jaar eerder. Wat valt op?
  6. De leraar analyseert de vaardigheidsgroei van de verschillende subgroepen. Hebben de subgroepen een vergelijkbare leerwinst opgedaan? Wat valt op?
  7. De uitkomsten van de analyse worden door de intern begeleider en leraar samen vastgelegd in een analyse-actieplan. Zie Voorbeeld analyse-actieplan

Voorwaarden en reflectie

  • De leraar heeft toegang tot de analysemogelijkheden van het LOVS.
  • De leraar beschikt over voldoende analysevaardigheden en/of wordt hierbij ondersteund.
  • De leraar weet om welke (deel)vaardigheden het bij spelling gaat.